Het jubileum van Toekomst is niet alleen voor ons als bedrijf en voor onze medewerkers een bijzondere gebeurtenis, maar ook voor de familie Wittens, van wie vader Frans Wittens exact 75 jaar geleden het schoonmaakbedrijf oprichten. Tijd om leuke herinneringen op te halen!

Het was eind 1940 toen Frans Wittens midden in de oorlog begon als glazenwasser. Noodgedwongen, want zijn vak als slager kon hij in tijden van oorlog niet meer uitoefenen. Voor exact 500 gulden, die hij leende van zijn vader, kon hij wat spullen overnemen van een collega glazenwasser en ‘De Toekomst’ was geboren.

Zijn nieuwe baan was zwaar, maar Frans ging elke dag met plezier aan het werk. ‘Glazenwassen in die tijd is niet te vergelijken met wat het nu is. Zijn dagen waren lang, de spullen zwaar en zijn opdrachtgevers ver van huis,’ vertelt John over het werk van zijn vader. ‘Zo had hij een klus in Tiel, waar hij te voet naar toe ging. Onderweg moest hij de brug over de Maas op, maar zijn werkkar was zo zwaar dat hij hulp moest vragen van voorbijgangers. Als hij zo ver van huis werkte, bleef hij natuurlijk een paar dagen.’

Gelukkig werpte Frans’ harde werken zijn vruchten af en na de oorlog was zijn klantenkring zodanig uitgebreid dat hij het niet meer alleen aankon. Allereerst kwamen er een aantal van Frans’ broers, die wat in het glazenwassers vak zagen, in dienst. En zo werd ‘De Toekomst’ al een beetje een familiebedrijf. Vanwege de extra mankracht konden er steeds meer nieuwe opdrachten worden aangenomen. Het duurde ook niet lang voordat het glazenwasserswerk werd uitgebreid met andere schoonmaakklussen. Frans en John vertellen over één van de grotere schoonmaakklussen, bij Lips in Drunen, een werf waar ze scheepsschroeven maakten. Frans: ‘Als kleine jongen vond ik dat machtig interessant. Ik weet me nog te herinneren dat ik daar eens in mijn eentje heen ben gefietst, ik was toen misschien nog maar vijf jaar oud. Ik was er al eens met de auto mee naartoe gereden en ik had precies onthouden hoe ik er moest komen. Aan de portier deelde ik mede dat ik bij mijn vader kwam kijken en hij liet mij dan naar binnen. Uren kon ik ernaar kijken. Natuurlijk brak thuis wel de paniek uit, toen mijn moeder er achter kwam dat ik weggelopen was.’

Ook zus Corrie weet zich nog te herinneren dat ze op jonge leeftijd al wat licht schoonmaakwerk deed. ‘Ik ging dan met mijn moeder mee, die het pand van de politie in Den Bosch schoonmaakte. Volgens mij had ik toen nog de basisschoolleeftijd, maar in die tijd was dat normaal en ik vond het leuk om te doen.’
Na hun schooltijd gingen alle zes de kinderen bij De Toekomst aan het werk. Alleen Frans begon al eerder. ‘Ik was vijftien. Toen haalde pa mij van school; hij had mensen nodig. We maakten in die tijd elke week een kleine honderd winkels schoon.’ Inmiddels had Toekomst haar naam goed weten te vestigen. Toch was de concurrentie ook in die tijd al pittig. Eén van de grotere spelers in de branche, Cemsto, dreigde een hoop werk over te gaan nemen. Het zou een flinke klap zijn voor de regionale schoonmaakbedrijven en glazenwassers. Om dit te voorkomen, nam Frans het initiatief om alle kleine schoonmaakbedrijfjes uit de stad samen te brengen, zodat ze sterk zouden staan in de concurrentiestrijd. Hoewel Cemsto toch een behoorlijk gedeelte van het werk overnam, bleek het idee succesvol te zijn en bood het een hoop kleine bedrijven de mogelijkheid het hoofd boven water te houden.

Samen met het gezin een bedrijf runnen was gezellig, maar vader Frans had er flink de wind in. Huub, John en Frans herinneren zich hoe streng hij kon zijn. John: ‘Kou kende mijn vader niet en als het aan hem lag was het altijd vroeg beginnen en héél hard werken.’ Daarover heeft Huub een mooie anekdote: ‘Ik zei tegen vader: het is veel te koud om te werken. Vader wees mij op de thermometer en concludeerde dat de temperatuur voldoende was om toch aan het werk te gaan. Daar had ik natuurlijk niets tegenin te brengen. De volgende dag was het nog steeds koud en moeder had met ons te doen. Ze waarschuwde mij om Frans in de gaten te houden. En toen kwam de aap uit de mouw: met een aansteker trof ik hem aan bij de thermometer.’
John kan zich ook nog de dagen van vorstverlet herinneren. ‘Dan bleven we niet thuis, maar dan moesten we met vader mee gaan kaarten. Dat kon hij als de beste.’ John vertelt er lachend bij: ‘Helaas waren die dagen voor ons wat minder verdienstelijk.’

In 1976 nemen zoons John, Frans en René De Toekomst over. Helaas bleek in een tijd van crisis drie man aan het roer van een bedrijf teveel. Frans: ‘We konden er simpelweg niet met z’n drieën van leven. ’Daarom besluiten hij en broer John een stapje terug te doen en weer in loondienst te gaan werken. Gelukkig weet Toekomst op deze manier het hoofd boven water te houden en kan na de crisis weer een nieuwe koers ingezet worden, onder leiding van René.
In de jaren die volgen blijft de familie zich nog altijd inzetten voor het bedrijf. Zussen Ardie en Corrie en broer John blijven werken in de schoonmaak en Anneke gaat aan de slag als projectleidster en later als receptioniste op kantoor.

In 2008 komt oprichter Frans op 92-jarige leeftijd te overlijden. Na de overname van het bedrijf door zijn zoons hield hij zich afzijdig. ‘Natuurlijk was hij apetrots’, vertelt Anneke. ‘Helaas heeft hij de verhuizing naar het nieuwe pand op de Nieuwe Eerdsebaan in Schijndel niet meer mee mogen maken, maar als hij het zou kunnen zien zou hij groeien.
In 2013 komt ook zus Ardie plotseling te overlijden. Het is een schok voor de familie en voor het bedrijf, waarvoor Ardie haar hele leven heeft gewerkt. Haar foto prijkt bij Anneke achter de receptie op de kast. ‘Ardie was een harde werkster met een echt Toekomst-hart,’ vertelt Anneke. ‘Ze wordt nog elke dag gemist.’

Het 75-jarig jubileum is vanzelfsprekend ook voor de familie Wittens een mijlpaal. Corrie: Toekomst is voor ons onze grote trots. We hebben er altijd, met elkaar, hard voor gewerkt.’ Dat het bedrijf nog altijd een familiebedrijf is, doet hen goed. ‘We hebben altijd gehoopt dat er ooit een nieuwe generatie klaar zou staan om het bedrijf over te gaan nemen en dat het bedrijf niet in vreemde handen zou vallen. Huub: ‘Moet je eens nagaan hoe jong wij waren toen wij bij ‘De Toekomst’ begonnen zijn. In goede en slechte tijden hebben we altijd voor het bedrijf klaar gestaan. Dat iemand anders er dan zo mee vandoor zou gaan? Echt niet!’ Corrie vult hem aan: ‘We hebben er altijd heel hard voor gewerkt. Als er in het weekend extra gewerkt moest worden stonden wij als familieleden altijd als eerste klaar. Dat is nu eenmaal de passie die je als familie hebt voor je bedrijf.’

Op naar de honderd jaar? ‘Allereerst is de vraag of we dat nog wel meemaken’, zegt Frans. ‘Maar we hopen natuurlijk dat de kinderen van René, Tom en Linda, het bedrijf over gaan nemen, zodat het bedrijf in de familie blijft.’ Als de familie hen een advies mag geven, dan is het: blijf bij jezelf. Anneke: ‘Ze moeten zorgen dat ze het bedrijf moeten kunnen overzien.’ Corrie vult haar aan: ‘Gewoon met beide benen op de grond blijven en heel goed luisteren naar de mensen waar je mee werkt. Naast je mensen blijven en weten wat er speelt, dat is het áller belangrijkste. Ze besluit: ‘Zo hebben we het altijd gedaan en na 75 jaar kan ik denk ik wel zeggen dat dát onze succesfactor is.’